© Tuincentrum Steentjes Silvolde 2010 In januari valt er in de meeste tuinen niet veel te beleven maar  toch zijn er een paar kleine klusjes die in de tuin dienen te  gebeuren. Veeg te dikke sneeuwlagen van de planten, een dun laagje  isoleert genoeg en laat toch licht door. Kasdruiven snoeien mag  reeds in januari, druiven buiten pas in februari. Knip alleen de  vruchttakken, tot op twee ogen. Als het niet vriest, kan je ook klein  fruit en volwassen fruitbomen snoeien. Breng rond de voet van  fruitbomen wat stalmest of compost aan. Als je over twee maanden wilt zaaien, warm dan nu de grond op met een stolp of tunneltje.  Vergeten sneeuwklokjes te planten? Ze zijn al vroeg in het jaar bloeiend verkrijgbaar. Ook in de  winter mogen kuipplanten niet uitdrogen maar dan ook niet weer te nat staan. Geef vooral  bladhoudende soorten als buxus en skimmia geregeld water als het niet vriest. Bij aanhoudende  strenge vorst is winterbescherming rond de potten nodig: noppenfole, stro of dennentakken. Kijk  ook na of de planten niet aangetast zijn door ziektes en verwijder eventueel zieke bladeren. Dreigt  de tuinvijver dicht te vriezen, laat er dan een bal in drijven, of zet er preventief een ijsvrijhouder,  een bundel bamboestokken of wilgentakken in. Overwinterende kuipplanten mogen in februari verpot worden.  Exemplaren met veel blad mogen ook weer - spaarzaam! - water  hebben. Pas wanneer de groei weer in de kuipplant komt, is het  tijd voor voeding en mest.  Februari is snoeitijd voor de gewone hortensia met bolronde of  platte bloemschermen. Verwijder zwak en oud hout tot op de  bodem. Knip de uitgebloeide bloemen af tot net boven een dikkere  knop aan weerszijden van de stengel. Eenjarige takken dragen  bijna altijd een bloemknop op hun top, die snoei je niet.  Klimop  kan nu kort worden gesnoeid met de haagschaar. Zaai eenjarige planten met een lange groeitijd  binnenshuis voor zoals lobelia, tabaksplant, vlijtig liesje en winde. Na maandenlang winter, met koud en onprettig weer, worden de  bloemen in de vroege lente altijd meer gewaardeerd dan de  latere. Als de winter niet te lang heeft geduurd, staan de  krokussen en de forsythia nu al in volle bloei. Zodra het niet meer  vriest, kunnen vaste planten worden verplaatst, gedeeld of  gescheurd. Haal in maart de winterbescherming weg en ook de  oude stengels en plantenresten. Breng compost of stalmest aan,  echter niet te dicht bij de wortels. Vroege voorjaarsbollen als  sneeuwklokjes of krokussen kunnen na de bloei worden gedeeld.  Zet ze op een nieuwe plek en laat het blad eraan zitten.  April is de ideale maand om het gazon een voorjaarskuur te  geven. Maar ook de perken en moestuin verdienen nu even  aandacht. Verticutereer het gras en maai het gazon vanaf nu opnieuw  wekelijks, de eerste maand op een hoge stand. Een mooi gazon  verlangt echter meer dan alleen een wekelijkse maaibeurt.  Voeding is onontbeerlijk, wil de grasmat heel de zomer mooi groen blijven. Een goede gazonmeststof geeft haar kracht gespreid vrij.  Bovendien bevatten sommige producten naast een actieve  meststof ook een onkruidbestrijdingsmiddel en/of een anti-mosproduct.   Aangezien de vaste  planten in de tuin nog niet opnieuw in volle groei zijn, heeft het onkruid nog alle kans om zich in te  nestelen en het u lastig te maken. Blijf daarom onkruid wieden! Eenjarig onkruid kan je uittrekken,  vast onkruid, met lange wortels graaf je uit. Als hulpmiddel kan je een laagje boomschors,  cacaodoppen of compost van eigen oogst uitspreiden tussen de planten. Snoei voorjaarsbloeiende heesters direct na de bloei terug, bolbomen kunnen tot op vijftien  centimeter van de kroon gesnoeid worden.   Begin met het voorzaaien van kruiden en eenjarigen, en plant nu zomerbloeiende bloembollen.  Steun hoge planten en snelle groeiers met rijshout,  bamboestokken of ijzeren plantensteunen. Plant vaste planten.  Maak een schema op hoogte, kleur en bloeitijd. Dahliaknollen  mogen eind mei de grond in. Dit is het moment om een moestuin  of kruidentuin aan te leggen!  In de moestuin kan je nu in de  vollegrond zaaien en planten. Blijf doorzaaien want daarmee  verleng je de oogsttijd. Radijs, sla en asperges kunnen worden  geoogst zodra ze rijp zijn.  Snoei hagen van taxus, beuk, haagbeuk en de snelgroeiende  Leyland-coniferen. Controleer rozen op meeldauw (witziekte) en  bladluizen en behandel ze met een ecologisch bestrijdingsiddel.  Maai het gazon het liefst tweemaal per week. Hoe minder gras per  maaibeurt wordt afgesneden, des te gezonder het gazon.  Verwijder uitgebloeide bloemen. Plant nu anemonen om ze in de  herfst in bloei te hebben.  Heesters die zijn uitgebloeid, mogen direct na de bloei worden  gesnoeid.  Zet kamerplanten op een beschutte halfschaduw plek in de tuin, daar knappen ze enorm van op. Knip uitgebloeide  bloemen weg, vooral rozen bloeien dan langer door. Vanaf half juli  tot half augustus: haal verticale en naar binnen groeiende takken  weg uit appelbomen en perenbomen. Zo krijgt het fruit meer licht.   Verzamel zaden van vingerhoedskruid, judaspenning en akelei en  zaai het direct uit op de gewenste plekken. De uitgebloeide  bloeiaren van de lavendel mag je net boven de bladeren snoeien.  De takken die er hier en daar uitspringen en zo een mooi zicht  belemmeren mogen ook al worden afgeknipt. U mag zeker niet te  diep snoeien, want de plant moet nog weerstand bieden tegen de  vorst, vandaar enkel  snoeien ter verfraaiing van de lavendel na  de bloei. Snoei alle snoeivormen van heesters zoals buxus, liguster,  lonicera, Taxus,... Rozen op aantastingen controleren. Schimmelaantastingen zoals  sterreroetdauw en meeldauw komen deze maand veel voor. Plant vanaf nu paaslelies / narcissenen andere soorten die in de herfst bloeien zoals bijv.  cyclamen. Voor het planten van bloembollen gebruiken we steeds de regel: 'twee maal zo diep  planten als de bol hoog is'. Snoei de haag.  Plant voorjaarsbollen en winterharde eenjarigen.  Sneeuwklokjes moeten zo vroeg mogelijk de grond in. Deze  bloeien al in januari. Scheur en verplaats vaste planten. Knip  uitgebloeide daglelies bij de grond af. Span een net over de  tuinvijver om de eerste herfstbladeren op te vangen. Verticuteer  het gazon en haal het mos weg zodat het gras beter de winter  doorkomt. Begin oktober is de grond nog warm genoeg om nieuw gras te  zaaien.  Maai het gras niet meer als het te nat wordt, of na de  eerste nachtvorst. Haal mediterrane kuipplanten half oktober naar  binnen. Deel te groot geworden Hosta's, Astrantia's, Phloxen,  Euphatoriums, irissen en schoenlappersplanten. Plant Pioenen.  Zet ze minstens 90cm uit elkaar op een zonnige plek, waar nog  niet eerder pioenen groeiden. November is een goede tijd om rozen, heesters die bessen  dragen, bomen en hagen te planten of verplanten. Plant de laatste  voorjaarsbollen. Bescherm grote potten tegen de vorst,  bijvoorbeeld met een noppenfolie.  De maand november is  daarnaast de maand bij uitstek om grond te verbeteren. Snoei  berken en esdoorns. Haksel het snoeiafval en strooi de snippers  tussen de planten in de borders.  Zwarte kleigrond kan nu het best  omgespit worden en eventueel verrijkt met mest.  Afgestorven  bladeren en stengels van planten kunnen gewoon blijven liggen                                           .       Ze zorgen ervoor dat de grond beter van structuur wordt.  Plant appel- en perenbomen zolang er geen vorst in de grond zit.  Besproei fruitbomen tegen ziektes en aantastingen. Zet een windscherm rond pas aangeplante groenblijvende planten. Daar de planten nog niet zijn ingeworteld, kunnen ze bij hevige  vorst geen water opnemen. In combinatie met een uitdrogende  wind kunnen niet beschermde planten dan ook droogvriezen. Geef  deze pas geplante groene planten ook geregeld water. Vorstgevoelige planten beschermen met droge bladeren,  vliesdoek, stro of dennentakken. Planten nooit afdekken met                                                 plastiek want dit zorgt voor rotting. zie: vorstgevoelige planten                                                   inpakken tegen de vrieskou.